Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.
De Staatssecretaris meent dat de belanghebbende geen beroep op art. 49 VwEU heeft. Overigens meent hij dat de belanghebbende HR BNB 2019/17 verkeerd en onvolledig citeert, nu uit de niet-geciteerde tweede volzin van r.o. 2.4.2 slechts volgt dat de Groupe Steria -rechtspraak van het HvJ geen vaste inrichting doet ontstaan waarop de objectvrijstelling van toepassing is. Het Hof heeft wel degelijk een juiste maatstaf aangelegd door bij de vergelijking met een binnenlandse voeging niet de fiscale winst van de virtueel te voegen buitenlandse dochter te betrekken, maar wel de gevolgen van denkbeeldige voeging voor het art. 10a(1) Wet Vpb-verband te betrekken. R.o. 2.4.2. van HR BNB 2019/17 sluit niet uit dat van belang blijft of de virtueel gevoegde vennootschappen zelf besmette rechtshandelingen hebben verricht. Ook in een puur binnenlandse situatie zou dat worden onderzocht. Een andere uitleg zou ertoe leiden dat internationale concerns besmette rechtshandelingen kunnen laten verrichten door een buitenlandse groepsvennootschap en daarmee, anders dan binnenlandse vennootschappen, art. 10a Wet Vpb kunnen uitschakelen. Ook besmette rechtshandelingen door buitenlandse groepsvennootschappen, zoals in casu, hebben Nederlandse grondslag-uitholling tot gevolg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 80882 tot 82268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a | shasum -a 256