Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.

De Staatssecretaris stelt pas voor het eerst bij repliek in cassatie dat het Hof had moeten bezien of commercieel zinloze tussenstappen zijn genomen bij de financiering. Dat is een stelling die feitelijk onderzoek vergt zodat er in cassatie geen ruimte voor is. Nu volgens het Hof voldoende parallellie bestond tussen de interne en externe (obligatie)lening, valt niet in te zien dat het Hof in het kader van toepassing van art. 10a Wet Vpb had moeten bezien of commercieel zinloze tussenstappen zouden zijn genomen. Volgens de belanghebbende zou het overigens in strijd zijn met HR BNB 2016/197 om een commercieel zinloze tussenstap als fraus legis te zien. Nu in casu niet kunstmatig om art. 10a Wet Vpb heen gestructureerd is, zijn de opmerkingen van de A-G Wattel daarover in diens conclusie van 31 januari 2020 in casu niet van belang. Van strijd met doel en strekking van de Wet Vpb kan geen sprake zijn omdat het tegenbewijs bedoeld in art. 10a(3) Wet Vpb is geleverd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 88445 tot 89503.