Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 6.6 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.

“De civielrechtelijke parallelliteit lijkt (mede) te zien op de onzakelijke omleiding (…). Deze vorm van parallelliteit lijkt ook te volgen uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie. Het is ons inziens zeer de vraag of dit ook geldt voor de zogenoemde fiscaalrechtelijke parallelliteit. Deze is gericht op fiscaalrechtelijke (buitenlandse) structuren. Het is echter de vraag of de aanwezigheid van ‘dispariteiten’ tussen landen ook zonder meer met zich brengt dat geen sprake is van zakelijke overwegingen voor toepassing van art. 10a. Dit lijkt ons – op zijn zachtst gezegd – zeker geen uitgemaakte zaak, maar het standpunt van de fiscus in deze is duidelijk. Wel biedt het besluit nog een escape door aan te geven dat bij het ontbreken van parallelliteit ‘ mogelijk (cursivering JvS/FE) geen sprake ( is, JvS/FE ) van in overwegende mate zakelijke overwegingen’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 127903 tot 128863.