Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.

2.3.7.2. Voor zover het middel ’s Hofs hiervoor in 2.3.4 weergegeven oordeel bestrijdt, faalt het eveneens. Het Hof heeft vastgesteld dat [X London Branch] voor de financiering van de aan belanghebbende verstrekte lening bij derden, in de markt, gelden heeft aangetrokken en wel, naar tussen partijen niet in geschil is, in de vorm van vreemd vermogen. In het licht van deze vaststelling is niet onbegrijpelijk het oordeel van het Hof dat de parallellie tussen de interne lening van [X London Branch] aan belanghebbende en de externe lening van [X London Branch] waarmee die interne lening is gefinancierd, voldoende aannemelijk is te achten. Het Hof heeft hiermee ook geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip parallellie, zoals hiervoor nader beschreven in 2.4.5.3.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 134487 tot 135301.