Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 6.13 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.

10.Uit het bovenstaande trek ik de conclusies (i) dat cruciaal is aan wie de rente ‘in feite is verschuldigd’, (ii) dat die ‘feitelijke financier’ de feitelijke geldgever is (en niet de wezenlijke risicodrager), (iii) dat bij doorstroomsituaties slechts een ander (de indirecte financier) dan de formele financier als ‘feitelijke financier’ geldt als sprake is van een zekere mate van parallellie c.q. vergelijkbaarheid van de leningen, (iv) dat bij de beoordeling of dit zo is de feitenrechter de vijf genoemde parallelliecriteria moet toepassen, in onderlinge samenhang, en (v) dat de feitenrechter daarbij een ruime vrijheid wordt gegund.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 150047 tot 150716.