Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.

BV 3 (voor 99%) en BV 4 (voor 1%) hebben op 28 november 2007 de Franse [...] SNC (SNC) opgericht, die naar Nederlandse maatstaven fiscaal transparant is, maar voor Franse fiscale doeleinden niet. BV 3 heeft op 6 december 2007 haar dochter [SA 1] SA (SA 1) aan SNC verkocht voor € 550 miljoen. De koopsom is niet betaald, maar schuldig erkend. Op 12 december 2007 is de vordering ad € 550 miljoen van BV 3 op SNC omgezet in kapitaal. SA 1 is op 15 januari 2008 gefuseerd met (juridisch opgeslokt door) SNC. SNC verkreeg daardoor onder meer een bankschuld van € 45 miljoen aan de door BV 2 beheerde cashpool van [A] bij [H] ( Pool ). Die bankschuld is het restant van een financiering, in 1998 aangetrokken door SA 1 voor externe acquisities, en in 2004 geherfinancierd uit de [H] Pool . BV 3 heeft op 6 februari 2008 € 65 miljoen geleend onder de ECF en dat bedrag doorgeleend aan SNC. SNC heeft op 6 februari 2008 in totaal € 240 miljoen onder de ECF geleend in twee leningen: één van € 195 miljoen en één van € 45 miljoen. SNC heeft daarmee onder meer haar restschuld ad € 45 miljoen aan de [H] afgelost.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 46451 tot 47798.