Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.

De Rechtbank achtte de rente op de schuld aan US Inc niet aftrekbaar op grond van art. 10a Wet Vpb omdat besmette rechtshandelingen gelieerd waren geherfinancierd en geen tegenbewijs van zakelijkheid (art. 10a(3)(a)(b) Wet Vpb) is geleverd. Parallellie tussen de interne en de externe lening ontbrak door het gelopen valutarisico en omdat de parallellie niet zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk bestond: alle schakels tussen de externe financiering en de belastingplichtige moeten worden bezien en vanuit de US Inc bezien is geen sprake van een aan de – immers fiscaal onzichtbare – belanghebbende verstrekte lening. Evenmin heeft de belanghebbende anderszins aannemelijk gemaakt dat aan de rechtshandelingen en leningen in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag lagen. De compenserende-heffingstoets moet plaatsvinden bij de directe schuldeiser (US Inc), maar de belanghebbende is naar Amerikaanse maatstaven fiscaal transparant, zodat US Inc fiscaalrechtelijk niets van haar ontvangt. De Rechtbank achtte niet van belang dat BV 5 dividend aan de belanghebbende heeft uitgekeerd dat naar Amerikaanse fiscaal recht is ontvangen door US Inc en daar is belast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 53961 tot 55163.