Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.
Uit HR BNB 2019/17 leidt het Hof af dat een ingezeten moeder met ingezeten dochter, die gevoegd kan worden, en een ingezeten moeder met niet-ingezeten dochter, die niet gevoegd kan worden, moeten worden vergeleken uitgaande van een geheel interne situatie, zodat onderzocht moet worden of (i) de niet-ingezeten dochter, indien binnenlands gevestigd, gevoegd had kunnen worden, en (ii) de gelieerde lening door die niet-ingezeten dochter voor een besmette rechtshandeling zoals bedoeld in art. 10a Wet Vpb is gebruikt. Het Hof verwerpt dus belanghebbendes stelling dat niet ter zake zou doen of de virtueel gevoegde niet-ingezeten vennootschap zelf ook weer besmette rechtshandelingen heeft verricht. Het Hof acht aannemelijk dat Ltd 1, SA 2 en SpA, indien binnenslands gevestigd, gevoegd hadden kunnen worden. Niettemin faalt belanghebbendes beroep op EU-recht voor wat betreft de (i) kapitaalstorting in Ltd 1, (ii) de lening aan/kapitaalstorting in SA 2 en (iii) de aflossing aan de [H] pool , omdat de verwerving van Ltd 2, de externe verwerving van SA 3 en de acquisities door SA 1 op hun beurt besmette rechtshandelingen waren, die niet konden worden ontsmet door de verworven deelnemingen na verwerving te voegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 60752 tot 62054.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a | shasum -a 256