Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:673.
“2.5 Van een 'beslissing aangaande de rechtsbetrekking in geschil' als in art. 67 lid 1 Rv. bedoeld, is geen sprake ingeval de rechter het gevorderde niet toewijst op grond van zijn oordeel dat de door de eisende partij daaraan ten grondslag gelegde stellingen onvoldoende zijn om hem in staat te stellen aangaande de rechtsbetrekking in geschil een beslissing te geven. In zijn conclusie voor een soortgelijke beslissing […] signaleert Vranken de uit de rechtspraak blijkende tendens om geen gezag van gewijsde aan te nemen wanneer niet inhoudelijk is beslist omtrent een rechtsbetrekking in geschil. Voorbeelden waarin de rechter niet aan een inhoudelijke beoordeling toekomt, zijn: niet-ontvankelijkheid, nietigheid van de dagvaarding, onbevoegdheid, foutieve vertegenwoordiging, een te vroeg ingestelde vordering, een geweigerde vermeerdering van eis en voorwaardelijk of subsidiair aan de orde gestelde geschilpunten die buiten beschouwing zijn gebleven.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c, en de alinea staat in dat document op bytes 54184 tot 55163.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c | shasum -a 256