Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:673.
De klacht mist feitelijke grondslag, omdat het hofarrest in Procedure I wel (mede) betrekking had op de vraag of Zwitserleven op grond van de afsprakenbrief het recht had om bankgaranties en bijstortingen te verlangen en de stelling van IV-Groep dat dat niet zo was en de daarmee verband houdende vorderingen. Immers, zoals het hof in rov. 3.15 overweegt, heeft IV-Groep in Procedure I haar eis vermeerderd met een verklaring voor recht dat Zwitserleven geen beroep (meer) kan doen op de (rechten en verplichtingen uit) de afsprakenbrief. Art. 5 van de afsprakenbrief vormde de grondslag voor alle bankgaranties en bijstortingen die na december 2013 zijn verricht door IV-Groep. In Procedure I wijst het hof uiteindelijk “af de in hoger beroep vermeerderde eis”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c, en de alinea staat in dat document op bytes 84267 tot 85046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c | shasum -a 256