Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:673.

Subonderdeel 2.5 bevat een op subonderdeel 2.4 voortbouwende klacht. Het betoogt dat grondbevinding van subonderdeel 2.4 ook het oordeel in rov. 3.19 aantast dat de vorderingen van IV-Groep in beide procedures strekken tot aantasting van hetgeen IV-Groep op grond van de uitvoeringsovereenkomst en de afsprakenbrief heeft gedaan (het stellen van bankgaranties en het doen van bijstortingen), zijn gebaseerd op de stelling dat Zwitserleven niet was gerechtigd daarop jegens IV-Groep aanspraak te maken en dat het hof in het arrest in Procedure I heeft beslist dat Zwitserleven daartoe was gerechtigd op grond van de uitvoeringsovereenkomst en dat de afsprakenbrief daaraan niet in de weg stond, indien het hof daarop (mede) heeft gebaseerd dat het Procedure I-arrest gezag van gewijsde heeft in onze zaak. Dit loopt op hetzelfde stuk als subonderdeel 2.4.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c, en de alinea staat in dat document op bytes 85126 tot 86038.