Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:673.
Wat betreft de subjectieve omvang van het gezag van gewijsde geldt dat een rechterlijke uitspraak alleen de partijen tussen wie zij wordt gewezen bindt en hun rechtverkrijgenden (art. 236 lid 2) . Tegen de achtergrond van art. 6 EVRM en het beginsel van hoor en wederhoor is dit helder: een partij kan niet gebonden raken aan een beslissing in een geschil waarin deze niet is betrokken en zodoende geen standpunten naar voren heeft kunnen brengen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c, en de alinea staat in dat document op bytes 42094 tot 42682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d10bf1842ab199678ff67f9162c5206ee835333e69b4bdf255a41c2670812d3c | shasum -a 256