Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020
Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:680.
Op de keuze van de wetgever om in EOB-zaken geheel af te zien van een verlofprocedure is kritiek geleverd, met name omdat – zoals hierna nog zal worden beschreven – bij een EOB in beginsel altijd geheimhouding dient te worden betracht en de verlofprocedure in die situatie de enige waarborg is dat geen bewijs wordt overgedragen zonder dat er een rechtmatigheidstoets plaatsvindt. Ook de Raad van State is in zijn advies van mening dat dit leidt tot een aanmerkelijke achteruitgang in de rechtsbescherming en dat de Richtlijn hiertoe niet verplicht. Bij het standpunt van de regering, dat gelet op het uitgangspunt van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten van de EU en de grondslag van wederzijdse erkenning, een extra rechterlijke toets niet nodig is, heeft de Raad van State zo zijn twijfels. Verwezen wordt naar de evaluatie van het Europees Arrestatiebevel, waaruit blijkt dat de uitvoering van de op wederzijdse erkenning gebaseerde EU-rechtshulp vaak teveel wordt overgelaten aan de administratieve ondersteuning. Ook het argument dat aan de betrokkene dezelfde rechtsmiddelen open staan als in een Nederlandse zaak, acht de Raad van State niet valide omdat het voor een betrokkene in praktische en juridische zin moelijker zal zijn om zijn rechten na de overdracht van de resultaten uit te oefenen in de uitvaardigende staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f461c8feeeb5b2b8f01ebec2d92daf3a819bc91962efe9ceb05ad3249203eb0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f461c8feeeb5b2b8f01ebec2d92daf3a819bc91962efe9ceb05ad3249203eb0d, en de alinea staat in dat document op bytes 28348 tot 29831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f461c8feeeb5b2b8f01ebec2d92daf3a819bc91962efe9ceb05ad3249203eb0d | shasum -a 256