Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:683.

[slachtoffer 1] en ik hebben onze fietsen gepakt en fietsten weg richting de Spuistraat. Ter hoogte van de Spuistraat hoorde ik een jongensstem achter mij roepen. Ik zag dat er een onbekende jongen achter mij aanrende. In het volgende moment lag ik met de fiets en al op de straat. Ik voelde hierna dat iemand mij in een houdgreep wilde nemen. Ik verdedigde mij en ik kwam met diegene in een worsteling terecht al liggend op de straat. Ik stond op en ik voelde dat ik van alle kanten, zowel voor- als achter, meerdere vuistslagen kreeg op mijn achterhoofd en in mijn gezicht. Ik rende weg. Ik zag dat ik toen werd ingehaald door meerdere jongens van de groep. Hierna zag en voelde ik dat ik door die jongens meerdere vuistslagen kreeg in mijn gezicht en mijn achterhoofd. Ik voelde pijn op die plek(ken), was duizelig en voelde mij angstig en bedreigd. Ik zag dat [slachtoffer 1] op straat zat. Ik zag dat hij hevig bloedde aan zijn hoofd. Ik zag en hoorde dat hij kermde van de pijn en in paniek was. Ik begreep later van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] dat zij hebben gezien tijdens het incident dat ik door een of meer jongens uit die groep tegen mijn hoofd ben getrapt terwijl ik op de straat lag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b, en de alinea staat in dat document op bytes 11213 tot 12429.