Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:683.

15. De stellers van het middel verwijzen naar de conclusie van A-G Hofstee voorafgaand aan HR 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2016, NJ 2018/476 m.nt. Vellinga. Hofstee beschrijft daarin dat de civielrechtelijke literatuur een viertal vereisten onderscheidt waaraan voor de toepassing van art. 6:166, eerste lid, BW moet zijn voldaan (randnummer 9):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b, en de alinea staat in dat document op bytes 25152 tot 25550.