Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:683.

‘Allereerst moet komen vast te staan dat sprake is van een handelen in groepsverband. Het bestaan van een ‘groep’ impliceert op zijn minst de aanwezigheid van een zeker bewustzijn van gezamenlijk optreden. (…) Ten tweede is vereist dat een (of meer) tot de groep horende deelnemer(s) een onrechtmatige daad heeft (of hebben) gepleegd ten gevolge waarvan een benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden. In de derde plaats moet het optreden in groepsverband op zichzelf onrechtmatig zijn, in die zin dat de kans op het toebrengen van schade de aangesprokene van zijn deelneming aan de gemeenschappelijke gedragingen in groepsverband had moeten weerhouden; de aangesprokene kan worden gezegd dat hij wist of behoorde te begrijpen dat het groepsoptreden het gevaar schiep voor schade als die welke in concreto is toegebracht. Ten slotte moet zijn deelneming aan de gedragingen in groepsverband hem kunnen worden toegerekend.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b, en de alinea staat in dat document op bytes 25556 tot 26510.