Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:683.

16. De stellers van het middel betogen dat uit de overwegingen van (de rechtbank en) het hof in de onderhavige zaak kan worden afgeleid dat het hof van oordeel is dat is voldaan aan de eerste drie door Hofstee genoemde eisen. In zoverre worden geen klachten tegen het oordeel van het hof geformuleerd. De stellers van het middel klagen evenwel dat uit de overwegingen van het hof niet (zonder meer) kan volgen ‘dat en waarom de deelneming aan de gedragingen verdachte ook (BFK: kan) worden toegerekend, terwijl verdachte heeft aangevoerd dat en waarom het niet redelijk is dat dit aan hem wordt toegerekend, nu hij het jegens ( BFK: [slachtoffer 1] ) gepleegde geweld niet heeft waargenomen en pas nadien gedragingen heeft verricht waarbij hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn vrienden in de problemen verkeerden en verdachte zijn vrienden wenste te beschermen en de deelneming aan de gedragingen juist heeft gestaakt op het moment dat hij zich bewust werd van de onjuistheid van die veronderstelling.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b, en de alinea staat in dat document op bytes 26535 tot 27631.