Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:683.

18. Dat oordeel is in het licht van de bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof toereikend gemotiveerd. Nu de bewezenverklaring en de veroordeling van de verdachte in cassatie niet worden bestreden, staat vast dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] en dat de verdachte aldus een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het in vereniging gepleegde geweld. Het hof heeft in dit verband – door de bewijsoverweging van de rechtbank over te nemen – onder meer vastgesteld dat de verdachte, door op de rug van [slachtoffer 2] te springen en hem een duw te geven, zich heeft ‘aangesloten bij de geweldshandelingen van de medeverdachten’. En het hof heeft de bewijsmiddelen aangevuld met de verklaring van de verdachte, inhoudend dat ‘hij – voordat hij zich aansloot – heeft gezien dat er een vechtpartij gaande was en dat er jongens werden geslagen’. Ik merk hierbij nog op dat door en namens de verdachte in feitelijke aanleg geen beroep op (putatief) noodweer of een andere strafuitsluitingsgrond is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baee2c22f4f2e95a3c0ae5347738ab40d5759f7f6bc96399f44efa043c3d679b, en de alinea staat in dat document op bytes 28544 tot 29777.