Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020
Onder 6.23 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:694.
In slechts één van die vijf verdragen van vóór 1988 die nog gelden en die een bronstaatheffing voor sociale-zekerheidsuitkeringen bevatten, nl. dat met Oostenrijk, is die heffing – in overeenstemming met het kasstaatbeginsel - geregeld in de bepaling over overheidsbeloningen, eerst in art. 20(2), later in art. 20(4). Gegeven dat volgens Nederland (zie de beleidsnotitie in 6.18) “deze inkomsten door hun algemene karakter op een lijn kunnen worden gesteld met overheidspensioenen”, zou men de bronstaatheffing voor sociale-zekerheidsuitkeringen steeds in de bepaling over overheidsbeloningen verwachten, maar in drie van de vier overige verdragen met een bronstaatheffing is zij opgenomen in de particuliere-pensioenenbepaling, zij het wel in een separaat lid en dus niet, zoals in art. 18(2) Verdrag met Portugal, in één artikellid met particuliere pensioenen en lijfrenten, die immers andersoortig werden geacht (fiscale-faciliëringsbeginsel in plaats van kasstaatbeginsel).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a68be40e31f2571d6854d378817e56bb61fe151581e78aa1505e8f681fbc7a48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a68be40e31f2571d6854d378817e56bb61fe151581e78aa1505e8f681fbc7a48, en de alinea staat in dat document op bytes 139089 tot 140094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a68be40e31f2571d6854d378817e56bb61fe151581e78aa1505e8f681fbc7a48 | shasum -a 256