Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020

Onder 7.29 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:694.

Het gegeven dat het voor Nederland vanzelf sprak dat sociale-verzekeringsuitkeringen in uitgangspunt door het kasstaatbeginsel worden beheerst, kan verklaren waarom sociale-verzekeringsuitkeringen vaak niet genoemd worden in voorwaarde (a) (fiscale faciliëring) in Verdragen die een min of meer met art. 18(2) Portugal vergelijkbare bepaling hebben, maar het kan niet verklaren waarom sociale-verzekeringsuitkeringen in die Verdragen soms wel, soms niet in voorwaarde (b) (onvoldoende woonstaatheffing) worden genoemd, en evenmin waarom sociale-verzekeringsuitkeringen soms niet, maar vaak wel wetstechnisch op één hoop worden gegooid met particuliere pensioenen en lijfrenten, die in de Nederlandse beleidsbeleving immers anders zijn, want niet toe te wijzen op basis van het kasstaatbeginsel, maar op basis van het fiscale-faciliëringsbeginsel (in Nederlandse termen: op basis van de vraag of de omkeerregel geldt) en in de relevante beleidsperiode 2000-2010 nog mede op basis van het onvoldoende-woonstaatheffingbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a68be40e31f2571d6854d378817e56bb61fe151581e78aa1505e8f681fbc7a48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a68be40e31f2571d6854d378817e56bb61fe151581e78aa1505e8f681fbc7a48, en de alinea staat in dat document op bytes 229878 tot 230919.