Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020

Onder 6.34 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:695.

Nederland verlaat hier dus de voorwaarde van onvoldoende woonstaatheffing voor de bronstaattoewijzing van pensioenen en lijfrenten: voorwaarde voor een bronstaatheffing op pensioenen en lijfrenten is alleen nog hun fiscale faciliëring (en eventueel een drempelbedrag). De demografische, globaliserings- en arbeidsmobiliteitsontwikkelingen nopen daartoe. Dat betekent dat het onderscheid tussen enerzijds sociale-zekerheidsuitkeringen en overheidspensioenen en anderzijds particuliere pensioenen en lijfrenten vervaagt: omdat particuliere pensioenen en lijfrenten vrijwel altijd fiscaal gefacilieerd zijn geweest, impliceert het alleen nog stellen van de fiscale-faciliëringsvoorwaarde dat de bronstaat in beginsel steeds heffingsbevoegd is ter zake van in Nederland opgebouwde pensioenen en lijfrenten, net zoals ter zake van overheidspensioenen en sociale-zekerheidsuitkeringen. Door de mate van heffing in de woonstaat irrelevant te verklaren, worden fiscaal gefacilieerde uitkeringen voor de toepassing van de bronstaatheffing in wezen gelijkgesteld met uitkeringen rechtstreeks uit de Staatskas.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa, en de alinea staat in dat document op bytes 166156 tot 167271.