Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020
Onder 7.11 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:695.
Alvorens de bronstaat tot heffing kan overgaan, moet cumulatief voldaan zijn aan de voorwaarden dat (a) de aanspraak op het pensioen of de lijfrente in de bronstaat was vrijgesteld of dat de daarvoor betaalde premies in de opbouwfase van de aanspraak fiscaal aftrekbaar waren bij de berekening van het belastbaar inkomen in de bronstaat en dat (b) de pensioen- of lijfrente-termijnen niet worden belast tegen het normale tarief voor inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid of dat minder dan 90% van de pensioen- of lijfrente-termijnen in de belastingheffing wordt betrokken. Als derde voorwaarde voor een bronstaatheffing geldt dat (c) het gezamenlijke bedrag van door de belastingplichtige in een kalenderjaar genoten pensioen- en lijfrentetermijnen of pensioen of uitkering ingevolge het sociale zekerheidsstelsel van een van de landen meer bedraagt dan € 10 000 (tweede lid). Voor kleine pensioenen en lijfrenten geldt dus uitsluitend de hoofdregel van woonstaatheffing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa, en de alinea staat in dat document op bytes 190651 tot 191638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa | shasum -a 256