Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020

Onder 7.12 Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:695.

Gezien het tot dusverre gevoerde verdragsbeleid inzake pensioenen en lijfrenten, dat was afgestemd met het parlement (bronstaatheffing, indien er geen sprake is van een adequate heffing in het verdragsland), en gelet op de andere hiervóór gesignaleerde aspecten, zoals de totale Zwitserse belastingdruk, het gemiddelde Nederlandse aftrekpercentage en het doel van de fiscale faciliteit, kan ik mij dan ook niet aansluiten bij het uitgangspunt (…) dat de fiscus achter het net vist, (…). De vraag van de leden van de fractie van de PvdA waarom er geen gunstigere afspraken voor Nederland op dit punt mogelijk waren, is met het vorenstaande ook beantwoord. Inzet van Nederland was immers om een geclausuleerde bronstaatheffing in het Verdrag op te nemen en dus pas een heffingsrecht te claimen, als er geen sprake zou zijn van een adequate heffing in het verdragsland. Deze bronstaatheffing is een van de twaalf verwezenlijkte Nederlandse wensen, zoals opgesomd in paragraaf 2 van de memorie van toelichting («Verloop van de onderhandelingen»). Mocht echter niet langer sprake zijn van een adequate heffing, dan komt het heffingsrecht weer aan Nederland toe, anders dan onder het huidige verdrag, dat alleen maar een uitsluitende woonstaatheffing kent.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc3aeb891ae86a37139c6175e031ac660a9e1600f3e6e5e59e872aced373dafa, en de alinea staat in dat document op bytes 200033 tot 201307.