Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020
Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:698.
Er is weinig rechtspraak over het bewijsvermoeden. Een voorbeeld van een geslaagd beroep op art. 7:610a BW is te vinden in het Beurspromovendi -arrest (zie nader onder 5.22). De UvA wist het vermoeden dat de overeenkomst met promovendi als een arbeidsovereenkomst dient te worden aangemerkt, niet te weerleggen. Maar het is aannemelijk dat deze uitkomst ook was bereikt zónder het rechtsvermoeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d, en de alinea staat in dat document op bytes 94844 tot 95417.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d | shasum -a 256