Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020

Onder 5.22 Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:698.

“ 4.3.3 Het bestreden vonnis bevat niets dat erop wijst dat de rechtbank (…) uit het oog zou hebben verloren dat bij de beantwoording van meergenoemde vraag betekenis toekomt aan hetgeen partijen bij het sluiten van hun overeenkomst voor ogen stond en aan de benaming die zij aan die overeenkomst hebben gegeven. (…) De motiveringsklacht (…) faalt omdat de rechtbank met haar uiteenzettingen in (…) aangaande achtereenvolgens de elementen arbeid, loon en gezagsverhouding voldoende duidelijk heeft gemaakt waarom de, volgens de UvA, andersluidende bedoeling van partijen bij het aangaan van de overeenkomst niet eraan in de weg staat die overeenkomst als een arbeidsovereenkomst aan te merken. (…) ”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d, en de alinea staat in dat document op bytes 112150 tot 112909.