Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020
Onder 11.28 Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:698.
Zoals al eerder aan de orde kwam (zie onder 5.57) beoordeelt de Centrale Raad van Beroep aan de hand van de feitelijke uitvoering die partijen aan de overeenkomst hebben gegeven of sprake is van een arbeidsovereenkomst. In een zaak waarin het UWV zich op het standpunt stelde dat sprake was van werkzaamheden in het kader van een re-integratietraject (en dus niet van een arbeidsovereenkomst), overwoog de Centrale Raad, onder verwijzing naar de fiscale arresten De Gouden Kooi en Notarissen-I, dat uit de feitelijke uitvoering van de overeenkomst blijkt dat aan de door betrokkene verrichte werkzaamheden een economische waarde toekomt; dat niet gebleken is dat betrokkene scholingen of trainingen heeft gevolgd of met andere activiteiten gericht op uitstroom naar regulier werk bezig is geweest en dat daaruit volgt dat de door hem verrichte werkzaamheden niet waren gericht op het vergroten van kennis en het opdoen van werkervaring maar op het leveren van productie. Dat betekent dat betrokkene en diens werkgever (die zich ook op het standpunt had gesteld dat sprake was van een arbeidsovereenkomst) aan hun overeenkomst uitvoering hebben gegeven op een wijze die met hun bedoeling in overeenstemming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d, en de alinea staat in dat document op bytes 303756 tot 305144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6df37848d0ee9c9cb3b2630468962471a2150b1fe906ad2a6841f4439cfa1b9d | shasum -a 256