Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:705.

“10. Al met al is de Afdeling daarom van oordeel dat het, zolang het door de sluiting van het gebouw van de rechtbank niet mogelijk is om fysieke zittingen te houden en in gevallen waarin het ook niet mogelijk is een zitting te houden via videoconferentie en de praktische problemen bij het videobellen of telefonisch contact aanhouden, de rechtbank tot de beslissing kan komen om de vreemdeling niet te horen, ook als de gemachtigde van de vreemdeling daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Het afzien van horen van de vreemdeling mag geen automatisme zijn, maar is alleen te rechtvaardigen als uitkomst van een uit de uitspraak kenbare individuele afweging van alle betrokken belangen. Daarbij wordt nogmaals benadrukt dat het hiervoor gegeven afwegingskader een tijdelijk karakter moet hebben. Horen van de vreemdeling blijft een essentieel onderdeel van de procedure in beroep.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc, en de alinea staat in dat document op bytes 20910 tot 21811.