Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:705.
In het vervolg van het parlementaire debat werd niet specifiek ingegaan op de behandeling van Wvggz- en Wzd-zaken. In de gepubliceerde uitspraken vanaf 16 maart 2020 hebben de rechtbanken in de praktijk in zulke zaken vrijwel steeds gekozen voor elektronische communicatie (videobellen of gewoon telefoneren), naar gelang de praktische mogelijkheden ter plaatse waar de betrokkene op dat moment verblijft. Ter verantwoording van deze keuze wordt in de uitspraken gewezen op het landelijk beleid van de gerechten zoals hiervoor omschreven of wordt een korte uitleg gegeven, die erop neerkomt dat de bescherming van alle aanwezigen en van anderen tegen besmetting met dit virus voorgaat boven het belang van de betrokkene om in direct persoonlijk contact (fysiek) te worden gehoord indien − als alternatief − tweezijdige elektronische communicatie kan worden ingezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc, en de alinea staat in dat document op bytes 28911 tot 29857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc | shasum -a 256