Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:705.

Een blik in de gepubliceerde rechtspraak na 16 maart 2020 leverde mij enkele uitspraken op waarin een rechtbank, onder verwijzing naar genomen maatregelen ter voorkoming van besmetting met het virus COVID-19, het verweer verwierp dat niet met psychiatrisch onderzoek per telefoon had mogen worden volstaan. Hoewel niet steeds een uitdrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen gevallen waarin direct persoonlijk contact tussen de onderzoeker en de onderzochte praktisch niet mogelijk is en, anderzijds, gevallen waarin direct persoonlijk contact weliswaar mogelijk is maar in redelijkheid niet kan worden gevergd vanwege de daaraan verbonden risico’s voor de gezondheid van de deelnemers aan het gesprek en/of voor anderen aan wie een besmetting zou kunnen worden doorgegeven, lijken rechters de in verband met het virus COVID-19 getroffen maatregelen (de ‘ lock-down’ ) te beschouwen als een vorm van overmacht, die een uitzondering op de regel van direct persoonlijk onderzoek rechtvaardigt. Dit wil niet zeggen dat in zulke gevallen zonder meer mag worden afgezien van het horen en zien van de patiënt door de psychiater: in zulke gevallen rijst de vraag of voldoende compenserende maatregelen zijn getroffen om het niet naleven van de hoofdregel te kunnen rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f25246f2743c158929c7d666ca854cfbede8946201817a3e4c6fbbc7d3208fc, en de alinea staat in dat document op bytes 43742 tot 45135.