Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708.

Wordt de rechtspraak van het Hof van Justitie bezien over kan-bepalingen die de verlaagde btw-tarieven regelen, dan is de beoordelingsmarge die aan de lidstaten wordt gelaten vrij ruim. Volgens artikel 98(1) Btw-richtlijn kunnen de lidstaten een of meer verlaagde tarieven toepassen. Artikel 98(2) Btw-richtlijn bepaalt dat de verlaagde tarieven uitsluitend van toepassing zijn op de goederenleveringen en de diensten die tot de in bijlage III genoemde categorieën behoren. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat de lidstaten de mogelijkheid hebben om de toepassing van het verlaagde btw-tarief te beperken tot concrete en specifieke aspecten van een van de in de bijlage genoemde categorieën. Zij moeten daarbij wel het beginsel van fiscale neutraliteit in acht nemen. Dit volgt onder meer uit het arrest Commissie/Frankrijk . In de zaak die tot dat arrest heeft geleid had Frankrijk een verlaagd tarief ingevoerd voor lijkenvervoer, terwijl in Bijlage III bij de Btw-richtlijn een veel ruimere categorie van prestaties was opgenomen: “diensten verricht door lijkbezorgers en crematoria, alsmede de daarmee verband houdende levering van goederen” Het Hof van Justitie overweegt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 67764 tot 69110.