Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708.

In de zaak Larentia + Minerva gaat het om een Duitse regeling voor de fiscale eenheid die als voorwaarden stelde dat uitsluitend rechtspersonen kunnen toetreden en dat die rechtspersonen middels een verhouding van ondergeschiktheid zijn verbonden aan het overkoepelend orgaan van de groep. Het Hof van Justitie herinnert eerst aan zijn eerdere rechtspraak waarin het heeft geoordeeld dat volgens artikel 11 Btw-richtlijn personen - derhalve dus ook andere dan rechtspersonen - tot een fiscale eenheid kunnen toetreden. Vervolgens overweegt het Hof van Justitie dat nagegaan moet worden of de lidstaten op grond van de beoordelingsmarge waarover zij beschikken entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid kunnen uitsluiten. Dit is enkel het geval als de voorwaarden die een lidstaat stelt passen binnen de doelstellingen van de Btw-richtlijn die erin bestaan misbruik te voorkomen en belastingfraude of ‑ontwijking te bestrijden. De verwijzende rechter moet nagaan of dit met de Duitse regeling het geval is. In het arrest geeft het Hof van Justitie uitleg aan artikel 4(4) Zesde richtlijn, dat de voorganger van artikel 11 Btw-richtlijn is en welke bepaling ongewijzigd is overgenomen. Ik citeer uit het arrest:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 74244 tot 75629.