Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020
Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708.
“36 Ten gronde moet op de tweede vraag worden geantwoord dat het Hof met betrekking tot artikel 11, eerste alinea, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1), waarvan de tekst in wezen een overname is van die van artikel 4, lid 4, tweede alinea, van de Zesde richtlijn, reeds heeft geoordeeld dat deze bepalingen - die iedere lidstaat toestaan om op zijn grondgebied gevestigde personen die juridisch gezien zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn, tezamen als één belastingplichtige aan te merken - voor het overige geen voorwaarden opleggen (zie in die zin arrest Commissie/Ierland, C‑85/11, EU:C:2013:217, punt 36).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 75639 tot 76451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1 | shasum -a 256