Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Onder 2.43 Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708.

Een derde voorbeeld van een kan-bepaling in de Btw-richtlijn betreft de mogelijkheid voor lidstaten de overgang van een geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen niet als een levering van goederen te beschouwen. In de zaak die heeft geleid tot het arrest Zita Modes gaat het om de verkoop van een handelszaak in confectiekleding aan een vennootschap die een parfumerie exploiteerde. De Luxemburgse fiscus stelde zich op het standpunt dat de Luxemburgse regeling die het mogelijk maakt de overgang van de onderneming niet als levering van goederen aan te merken niet van toepassing was, omdat de verkrijger niet dezelfde economische activiteit uitoefende. In antwoord op vragen van de verwijzende rechter oordeelde het Hof van Justitie dat het de lidstaten niet is toegestaan de toepassing van artikel 5(8) Zesde richtlijn - thans artikel 19 Btw-richtlijn - te beperken tot bepaalde vormen van overgang, behalve in de omstandigheden bedoeld in de tweede zin van hetzelfde lid. Het Hof van Justitie overweegt dat deze uitlegging in overeenstemming is met het doel van de Zesde richtlijn, dat erin bestaat de btw-grondslag eenvormig en overeenkomstig gemeenschapsregels te bepalen. Het Hof van Justitie overweegt onder meer:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 78733 tot 80145.