Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Onder 3.4.3 Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708.

Het bewijs van het werkelijke gebruik dient te worden geleverd met behulp van objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens (HR 3 februari 2006, nr. 41751, ECLI:NL:HR:2006:AV0823, BNB 2006/314). In dit verband heeft te gelden dat de omstandigheid dat bepaalde ruimten van een onroerende zaak of een als zelfstandig aan te merken gedeelte daarvan gemengd worden gebruikt, niet eraan in de weg hoeft te staan dat op basis van objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens kan worden vastgesteld dat het werkelijke gebruik van het goed al of niet overeenkomt met de in artikel 11, lid 1, letter c, van de Uitvoeringsbeschikking bedoelde verhouding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 49337 tot 50001.