Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020
Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:708.
“Noopt de Zesde richtlijn (thans: BTW-richtlijn) in een geval als dit tot een toerekening van de voorbelasting op basis van de gegevens van het kantoorgedeelte als geheel? In art. 17 lid 5 Zesde richtlijn wordt als uitgangspunt gehanteerd de omzetverhouding, waarbij de lidstaten verschillende mogelijkheden worden aangereikt om ondernemers toe te staan of te verplichten de voorbelasting op meer gespecificeerde wijze te splitsen. Zo is er de mogelijkheid om de omzetverhouding per bedrijfssector te bepalen en ook de mogelijkheid om een ondernemer toe te staan of te verplichten de aftrek toe te passen volgens het gebruik van de goederen en diensten of een deel daarvan. Met wat goede wil zou dit ruimte kunnen bieden voor compartimentering van goederen. In de zaak BLC Baumarkt (HvJ EU 8 november 2012, C-511/10, V-N 2012/60.20) legde het Hof van Justitie grote nadruk op de wenselijkheid dat de toerekening van de voorbelasting zoveel mogelijk de economische realiteit benadert. Het ging hier om een kantoorgebouw dat in gedeelten werd verhuurd, zowel vrijgesteld als belast. De Duitse belastingdienst ging hier volgens het Hof terecht uit van de verhouding van het werkelijk gebruik. Daarbij werd overwogen dat de mogelijkheid voor lidstaten om af te wijken van de omzetverhouding ertoe strekt hen in staat te stellen het pro-ratagedeelte van de aftrek nauwkeuriger te berekenen door rekening te houden met de specifieke kenmerken van de activiteiten van de ondernemer. Toepassing van een afwijking uit art. 17 lid 5 Zesde richtlijn door een lidstaat is dan toegestaan, zij het dat daarbij de beginselen moeten worden geëerbiedigd die aan het gemeenschappelijk BTW-stelsel ten grondslag liggen. Vervolgens wordt overwogen dat een andere methode dan de omzetverhouding door een lidstaat kan worden opgelegd, mits gewaarborgd is dat het pro-ratagedeelte voor de aftrek van voorbelasting met de gekozen methode nauwkeuriger wordt bepaald dan bij toepassing van de omzetverhouding. Ten slotte wordt ook gezegd dat onder meer het beginsel van de fiscale neutraliteit inhoudt dat de lidstaten er bij het toestaan of opleggen van een afwijking van de omzetverhouding op moeten toezien dat het pro-ratagedeelte zo nauwkeurig mogelijk is berekend. Uit dit alles leid ik af dat de nationale wetgever toch wel enige vrijheid heeft om uit te gaan van een verdere compartimentering van onroerende zaken. Zo zou de minister in de uitvoeringsbeschikking kunnen toestaan dat de toerekening van voorbelasting in gevallen als dit geschiedt op de door belanghebbende voorgestane manier. Als dat een brug te ver is, zou in de administratieve sfeer een dergelijke benaderingswijze kunnen worden toegestaan. Bij dat alles is dan wel vereist dat de compartimentering van het kantoorgedeelte op basis van objectieve en nauwkeurige gegevens geschiedt. Dat lijkt me in een geval van makelaardij naast bemiddeling in hypotheken en verzekeringen niet eenvoudig. Het zal niet meevallen om de inspecteur ervan te overtuigen dat in een makelaarskamer niet wordt gesproken of geadviseerd over een passende hypotheek of verzekering. Om die reden kan men vrede hebben met de uitkomst van deze procedure.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1, en de alinea staat in dat document op bytes 55645 tot 58839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45067f95852638e3191857cc01347f7386fda1554a2041584ecc3ad611fef7f1 | shasum -a 256