Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.
In een procedure in hoger beroep bij de burgerlijke rechter geldt de eis dat de gronden die de appellant aanvoert voor vernietiging van de beslissing van de eerste rechter behoorlijk in het geding naar voren worden gebracht, zodat zij voor de rechter en ook voor de wederpartij voldoende kenbaar zijn. De enkele vermelding in de memorie van grieven (in dit geval: in de spoedappeldagvaarding) dat de appellant het geschil in volle omvang aan de appelrechter wenst voor te leggen, is niet voldoende om aan te nemen dat een door de appellant niet vermeld geschilpunt − naast andere, wél door de appellant nader omlijnde bezwaren − in hoger beroep opnieuw aan de orde wordt gesteld, tenzij dit voor de wederpartij kenbaar was. Voor zover de appellant tegen een eindbeslissing van de eerste rechter geen grief heeft aangevoerd, blijft die beslissing buiten de rechtsstrijd in hoger beroep, behoudens de werking van de openbare orde en de devolutieve werking van een hoger beroep binnen het door de grieven ontsloten gebied.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 72802 tot 73903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be | shasum -a 256