Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.

Deze uitleg van de grieven vindt steun in de gedingstukken in hoger beroep. In de appeldagvaarding had de Staat (onder 1.5) uitdrukkelijk te kennen gegeven dat met de grieven “wordt beoogd het geschil ten aanzien van de gratiebeslissing van 28 februari 2019 in volle omvang ter beoordeling en berechting aan het hof voor te leggen”. In de appeldagvaarding onder 2.1 – 2.4 heeft de Staat uiteengezet wat zijns inziens het toetsingskader moet zijn wanneer de beslissing op een gratieverzoek ter toetsing is voorgelegd aan de burgerlijke rechter. In (de toelichting op) grief 1 in de appeldagvaarding had de Staat (onder 3.2 – 3.5) uiteengezet waarom hij de zaak niet geschikt achtte voor afdoening in een kort geding. Onder 3.6 had de Staat uiteengezet waarom de burgerlijke rechter de beslissing op een gratieverzoek slechts zeer terughoudend kan toetsen. Ook in de toelichting op grief 2 in de appeldagvaarding (onder 3.25) keert het bezwaar van de Staat tegen een onvoldoende terughoudende beoordeling door de voorzieningenrechter terug.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 75290 tot 76349.