Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.
Zoals hiervoor uiteengezet, kan de burgerlijke rechter beoordelen of de beslissing op een gratieverzoek onrechtmatig is, mede beschouwd in het licht van art. 3 EVRM. De rechter kan beoordelen of de beslissing in overeenstemming met de wet tot stand is gekomen en of zij is omkleed met gronden die de beslissing kunnen dragen. Verder gaat de toetsing niet: het is de burgerlijke rechter niet toegestaan om zelf een beslissing op het gratieverzoek te nemen, noch om aan de Kroon de inhoud van de te nemen beslissing voor te schrijven. Anders dan de voorzieningenrechter, heeft het hof aan de Staat slechts voorgeschreven binnen een zekere termijn te beslissen op het laatste gratieverzoek dat de veroordeelde had ingediend, namelijk het verzoek van 25 maart 2019. Die beslissing geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover dit middelonderdeel berust op de veronderstelling dat in dit geval slechts één beslissing op het gratieverzoek juridisch mogelijk is, namelijk toewijzing daarvan, faalt de klacht omdat niet bij voorbaat uit te sluiten is dat langs een andere weg strijdigheid met art. 3 EVRM kan worden vermeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 78418 tot 79568.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be | shasum -a 256