Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.
In zijn arrest van 9 maart 1999 had de Hoge Raad nog geoordeeld dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf geen strijd oplevert met art. 3 en art. 5, vierde lid, EVRM. In 2008 heeft het EHRM in het arrest Kafkaris/Cyprus voor het eerst tot uitdrukking gebracht dat het ten uitvoer leggen van een niet voor strafverkorting in aanmerking komende levenslange gevangenisstraf “ may rise an issue under Article 3 ”. Het signaal is opgepakt: op 16 juni 2009 heeft de Hoge Raad, na een conclusie van de advocaat-generaal Knigge, dit vraagstuk besproken. Daarbij is onder meer aangegeven dat de nationale rechter niet zelf een wettelijke procedure tot stand kan brengen waarin, na ommekomst van een bepaald minimumaantal jaren in detentie, het voortzetten van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf wordt beoordeeld. De Hoge Raad werkte uit aan welke vereisten zo’n regeling zou moeten voldoen en voegde hieraan toe:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 31360 tot 32538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be | shasum -a 256