Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.

Uit een latere uitspraak van het EHRM volgt dat, om te voldoen aan de vereisten die art. 3 EVRM stelt, het niet genoeg is dat de nationale regelgeving toestaat dat een tot levenslange vrijheidsstraf veroordeelde persoon wegens hoge ouderdom of ziekte wordt vrijgelaten. De genoemde uitspraken van het EHRM gaan ervan uit dat de nationale regeling zodanig behoort te zijn dat een tot levenslange vrijheidsstraf veroordeelde niet de hoop behoeft te laten varen dat hij − nadat een bepaalde minimumtijd in detentie zal zijn verstreken − voor vrijlating in aanmerking kan komen wanneer de met de oplegging van deze straf beoogde doeleinden niet langer worden gediend door een verdere tenuitvoerlegging daarvan (“ a prospect of release on legitimate penological grounds ”).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 35041 tot 35928.