Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.

In het arrest Murray/Nederland heeft het EHRM deze norm verder uitgewerkt. Na (onder 99 – 100) een overzicht te hebben gegeven van zijn eerdere rechtspraak, besprak het EHRM het dilemma dat ontstaat doordat tegenover voormeld vooruitzicht van een tot levenslange vrijheidsstraf veroordeelde, het argument kan worden gesteld dat de autoriteiten die over strafverkorting beslissen óók rekening moeten (kunnen) houden met de noodzaak tot bescherming van anderen, wier belangen in gevaar zouden kunnen komen door vervroegde vrijlating van de gedetineerde veroordeelde. Het EHRM constateerde dat ‘rehabilitatie’ – ik vertaal dit woord in deze context als: reclassering of geschiktmaking van een gedetineerde voor invrijheidstelling en terugkeer in de maatschappij – niet vanzelf tot stand komt: de veroordeelde zal daaraan moeten meewerken. Het EHRM is van oordeel dat de verdragsstaat een tot levenslange vrijheidsstraf veroordeelde gedetineerde in de gelegenheid behoort te stellen om aan zijn rehabilitatie te werken. Op die manier kan de veroordeelde de hoop blijven houden dat hij bij voldoende rehabilitatie op enig moment in aanmerking zal komen voor vrijlating (punten 101 – 103). Het EHRM besloot:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 36028 tot 37320.