Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.

In 1987 is een nieuwe Gratiewet tot stand gekomen (wet van 23 december 1987, Stb. 598). Art. 122 Grondwet houdt in dat gratie wordt verleend bij koninklijk besluit, na advies van een bij wet aangewezen gerecht en met inachtneming van de bij of krachtens de wet te stellen voorschriften. Uit deze Grondwetsbepaling en uit de Gratiewet volgt dat de bevoegdheid om te beslissen op een gratieverzoek bij de Kroon ligt (d.w.z. bij het staatshoofd met het contraseign van de verantwoordelijke minister). Het gerecht beslist nooit zelf over het gratieverzoek; de rechter heeft een adviserende rol. De veroordeling, dat wil zeggen het strafvonnis, blijft in stand, ook na inwilliging van een gratieverzoek. Slechts de tenuitvoerlegging van de straf wordt beëindigd door het verlenen van gratie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 43013 tot 43878.