Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709.

“De uitoefening van het recht van gratie behoort tot de bevoegdheid van de Kroon. De Grondwet schrijft voor dat deze bevoegdheid slechts na advisering door de rechter kan worden uitgeoefend en accentueert daarmede het belang dat aan deze advisering moet worden gehecht. Immers, er dient voor te worden gewaakt dat het gratierecht op een wijze wordt uitgeoefend waardoor op ongepaste wijze in de rechtspraak zou worden ingegrepen. Het gratie-instrument strekt er niet toe de Kroon in de gelegenheid te stellen van een van de rechter afwijkend inzicht te doen blijken omtrent de strafrechtstoepassing, doch om ertoe bij te dragen dat door de onafhankelijke rechter opgelegde sancties in overeenstemming met eisen van rechtvaardigheid, humaniteit en doelmatigheid ten uitvoer worden gelegd. De praktijk laat zien dat het gratierecht doorgaans in overeenstemming met de inzichten van de adviserende rechter wordt toegepast, zoals moge blijken uit onderstaand overzicht. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89b019e2aa59330df62eba37bb4ab2c674124bd5ded2b69933a595a1010045be, en de alinea staat in dat document op bytes 44965 tot 46019.