Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020

Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:714.

Voor de motiveringsklachten geldt dat het oordeel van het hof over de toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel berust op een aan het hof als feitenrechter voorbehouden waardering van de feiten en de gedingstukken, waaronder deskundige rapportages. Ik kan niet inzien waarom het oordeel van het hof onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zou zijn. Innerlijk tegenstrijdig is het oordeel van het hof niet. Dat de steller van het middel meent dat zulke tegenstrijdigheid bestaat, berust klaarblijkelijk op zijn hiervoor 3.23 bedoelde onjuiste en onnavolgbare opvatting dat de ondergrens van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel en van proportionele aansprakelijkheid dezelfde is. Ook is het oordeel van het hof niet onverenigbaar met de conclusie van [deskundige 1 (klinisch arbeidsgeneeskundige)] dat het verband tamelijk hard is. Het binnen de marge van 14,7% tot 32,3% te kwantificeren verband is volgens het hof in de gegeven omstandigheden hard genoeg voor het aannemen van proportionele aansprakelijkheid, maar onvoldoende hard voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Tot de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof draagt mijns inziens onder meer alleszins bij: (1) dat [deskundige 1 (klinisch arbeidsgeneeskundige)] spreekt van een ‘educated guess’ en de kanspercentages een tamelijk onzekere zaak noemt, alsook dat de blootstellingskarakterisering van [wijlen de werknemer] een zwak punt is (rechtsoverweging 26.41), (2) dat de oorzaak van het verband tussen blaaskanker en schilderwerk onbekend is, dat onduidelijk is hoe blaaskanker ontstaat, dat een precieze reconstructie van het arbeidsverleden van [wijlen de werknemer] lastig is (rechtsoverweging 26.42), (3) dat genetische make-up en persoonlijke levensstijl ook een rol spelen en dat over de genetische component bij [wijlen de werknemer] niets bekend is (rechtsoverweging 26.43). Het hof heeft ook de door [dochter van werknemer] bedoelde opwaartse factoren wel degelijk in aanmerking genomen. Deze factoren zijn door [deskundige 1 (klinisch arbeidsgeneeskundige)] uitdrukkelijk betrokken bij het bepalen van de marge waarbinnen de kans moet worden bepaald, zoals het hof omstandig heeft besproken (rechtsoverwegingen 26.30-26.39), en zijn voor het hof aanleiding geweest om, gezien ook de onzekerheden (rechtsoverwegingen 26.41-26.43), bij zijn oordeel het midden van die marge aan te houden (rechtsoverweging 26.68). Ook is het allerminst onbegrijpelijk dat het hof zich met het deskundigenbericht, het aanvullend deskundigenbericht en de nadere toelichting ter comparitie voldoende voorgelicht heeft geacht en een nader deskundigenonderzoek niet nodig achtte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72daafe2dd23a2b156ec93cdd9809475624c78500cc9a9e14262595b868c9ea4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72daafe2dd23a2b156ec93cdd9809475624c78500cc9a9e14262595b868c9ea4, en de alinea staat in dat document op bytes 113602 tot 116347.