Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020

Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:714.

3. Onder uitvoerige verwijzing naar haar memorie na deskundigenbericht wijst [dochter van werknemer] erop dat zij geconcretiseerd heeft aangevoerd dat de aanpak van [deskundige 1 (klinisch arbeidsgeneeskundige)] methodologisch onverantwoord, onjuist, niet logisch, niet voldoende gemotiveerd, niet consistent en daarmee onbegrijpelijk is. Een van de bezwaren die zij omstandig uitwerkt is dat concrete factoren worden weggemiddeld en er onvoldoende wordt gedifferentieerd. Kort gezegd, leidt een juiste benadering volgens haar tot de slotsom dat de kans dat [wijlen de werknemer] door het werk bij [werkgever] ziek is geworden (minimaal) 45% bedraagt. Tegen die achtergrond zou het onjuist en onbegrijpelijk zijn dat het hof zich voldoende voorgelicht acht door deskundige [deskundige 1 (klinisch arbeidsgeneeskundige)] . Laatstgenoemde zou de grenzen van zijn competentie overschrijden door te stellen dat de kans niet preciezer kan worden bepaald en dat anders sprake is van pseudo-nauwkeurigheid. Het hof zou hebben miskend dat op deze wijze de epidemiologische wetenschap niet serieus wordt genomen ( onder 2.1.4-III ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72daafe2dd23a2b156ec93cdd9809475624c78500cc9a9e14262595b868c9ea4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72daafe2dd23a2b156ec93cdd9809475624c78500cc9a9e14262595b868c9ea4, en de alinea staat in dat document op bytes 135276 tot 136446.