Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:739.

De eerste klacht is in zoverre begrijpelijk dat de ouderlijke boedelverdeling, waarin de erfenis van de zoon bestaat in een niet-opeisbare vordering op zijn vader (de echtgenoot van erflaatster), tot gevolg heeft dat de bezittingen en schulden van de erflaatster feitelijk in handen van vader zijn. Onrechtstreeks gaan de vorderingen en schulden van de boedel echter ook de zoon aan, aangezien zij de omvang van diens vorderingsrecht bepalen. In het voorliggende geval vond de terugbetaling plaats ten gunste van het vermogen van vader en verminderde de terugvordering van belasting plus belastingrente de nalatenschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aba32cbf68a08b48fc8b9485764b6c48ae428c59fb2b0d492d10488e1b83e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aba32cbf68a08b48fc8b9485764b6c48ae428c59fb2b0d492d10488e1b83e25, en de alinea staat in dat document op bytes 18406 tot 19038.