Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:739.

Tevens wordt in de gepubliceerde passage van 8 december 2017 verwezen naar een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 30 mei 2017. In die procedure heeft de inspecteur met dagtekening van 21 februari 2014 een voorlopige aanslag IB/PVV 2012 opgelegd aan een belastingplichtige, naar een te ontvangen bedrag. Dit bedrag is aan de belastingplichtige overeenkomstig de aanslag uitbetaald. Tien dagen voor het opleggen van de voorlopige aanslag heeft belastingplichtige een herziene aangifte ingediend; per abuis had de belastingplichtige de ingehouden dividendbelasting aan haarzelf toegerekend in de plaats van aan haar echtgenoot. Met dagtekening 7 maart 2014 heeft belastingplichtige verzocht om de voorlopige aanslag te herzien. Vervolgens is op 16 mei 2014 een tweede voorlopige aanslag opgelegd die leidt tot een te betalen bedrag. Daarbij is belastingrente in rekening gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aba32cbf68a08b48fc8b9485764b6c48ae428c59fb2b0d492d10488e1b83e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aba32cbf68a08b48fc8b9485764b6c48ae428c59fb2b0d492d10488e1b83e25, en de alinea staat in dat document op bytes 25108 tot 26068.