Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:741.

“Zoals is uiteengezet in het arrest van de Hoge Raad van 9 september 1994, (…) ziet de in art. 29 F. vervatte schorsingsregeling uitsluitend op de instantie waar het geding aanhangig is op het moment van faillietverklaring. Is op dat moment reeds vonnis gewezen of doet zich het geval van art. 30 lid 1 F. voor, dan geldt voor het voortzetten van het geding in appel of cassatie dat zulks tegen of door de curator moet geschieden. Zoals uit het voorgaande blijkt, is deze laatste regel te dezen in acht genomen: nadat het eindvonnis in eerste aanleg was gewezen en vervolgens het faillissement van [A] B.V. was uitgesproken, heeft de curator hoger beroep ingesteld en het geding in hoger beroep voortgezet. Na het eindarrest heeft de curator het cassatieberoep ingesteld. Een en ander brengt mee dat voor schorsing van rechtswege op de voet van art. 29 F. geen grond bestond en bestaat. (…).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4, en de alinea staat in dat document op bytes 17059 tot 17972.