Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:741.

Ik begrijp het zo dat in die zaak de schuldenaar hangende de procedure in hoger beroep failliet was verklaard, die procedure toen echter niet is geschorst (mogelijk omdat de zaak voor wijzen stond) en in cassatie de vraag is gerezen alsnog tot schorsing diende te worden overgegaan. Of A-G Vranken is uitgegaan van een onjuiste lezing van de betrokken passage (met voetnoot) in Molengraaff-Star Busmann vraag ik mij af. Er worden daar twee mogelijke oplossingen genoemd voor hoe gehandeld moet worden indien de gedaagde is veroordeeld en vervolgens failliet wordt verklaard, terwijl de termijn voor hoger beroep of cassatie nog lopende is. De eerste oplossing houdt in verificatie en, bij betwisting door de curator, verwijzing naar de rechter bij wie het faillissement aanhangig is. Daarbij wordt verondersteld dat is uitgesloten dat de curator tegen het gewezen vonnis een rechtsmiddel kan aanvoeren en het vonnis daarom geen kracht van gewijsde kan verkrijgen. De tweede oplossing houdt in dat de curator wél een rechtsmiddel kan instellen en dat ook doet. Ik citeer (mijn cursivering):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4, en de alinea staat in dat document op bytes 33065 tot 34233.