Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:741.

Een eerste kritiekpunt houdt in dat de toepasselijkheid van art. 29 Fw afhankelijk is gemaakt van de willekeurige volgorde tussen het uitspreken van het faillissement en het aanwenden van het rechtsmiddel. Indien op het moment van faillietverklaring wél al een rechtsmiddel is ingesteld, dan is op grond van art. 125 Rv sprake van een aanhangig geding en is het geding daarom op grond van art. 29 Fw van rechtswege geschorst. Indien op dat moment geen rechtsmiddel is ingesteld (bijvoorbeeld omdat de termijn daarvoor pas een week later zou verstrijken), is er geen geding aanhangig en moeten partijen doorprocederen. Indien kort daarna (binnen de termijn) alsnog een geding aanhangig wordt gemaakt, zou dat niet anders worden omdat het faillissement al is uitgesproken. Deze formele benadering leidt tot een moeilijk te billijken verschil in rechtsgevolg tussen twee vergelijkbare situaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4, en de alinea staat in dat document op bytes 38959 tot 39968.